Een tijdje geleden kwam een coachee bij me langs. Ze was al een paar keer geweest, en terwijl we samen verkenden hoe het met haar ging, zei ze plots:
“Ik ben zo blij en het voelt als zo’n opluchting dat ik mij een slappeling mag voelen.”
Ik moest glimlachen. Wie verwacht er nu vreugde bij het idee dat je jezelf een slappeling mag noemen? In onze maatschappij draait veel immers om sterk zijn, schitteren, presteren, ‘iemand’ zijn, een betere versie van onszelf worden. Slappeling? Dat zijn we toch liever niet.
Haar verhaal
Deze vrouw was opgegroeid als oudste van vijf kinderen, met ouders die een eigen zaak hadden. Van jongs af aan kreeg ze te horen: Je moet sterk zijn. Je moet zorgen voor je broertjes en zusjes. Op school goed je best doen. Doordoen. Nooit opgeven. Dan ben je iemand. Ook buren en vrienden die zich ten alle tijden gaven werden geprezen, degene die ziek werden of niet werkten, veroordeelde men.
Een slappeling zijn, dat was het ergste wat je kon overkomen. Dus leerde ze hard werken, verantwoordelijkheid nemen, nooit opgeven. Ook nu nog, als volwassen vrouw, holde ze van hier naar daar: zorgen voor de kleinkinderen, voltijds werken, actief in verenigingen. Vanbinnen voelde ze dat ze het niet meer bolwerkte, maar opgeven? Dat was iets voor slappelingen.
En precies dat woord – slappeling – raakte haar tot in de kern.
Voelen in plaats van vechten
Samen gingen we voelen wat dat woord met haar deed. Pijn, ergernis, herinneringen uit het verleden.. zoveel kwam naar boven bij dit woord. Maar dit keer liep ze er niet voor weg. Ze duwde niets meer weg, ze bleef erbij. Ze ademde erdoorheen.
En langzaam, beetje bij beetje, keerde er rust terug.
“Wat als ik nu gewoon een slappeling ben? En dit niet meer hoef te vermijden?”
Ik zag het in haar hele houding: haar schouders zakten, haar ademhaling werd rustiger, haar gezicht ontspande. Toen ze in een visualisatie zichzelf als slappeling voor zich zag, voelde ze… vrede.
Niet omdat ze zich nu identificeerde als slappeling, maar omdat ze stopte met dit te bevechten, te vermijden. Ze begreep dat ze zoveel deed in haar leven, alles in het werk stelde om toch maar te bewijzen dat ze geen ‘slappeling’ was. Het mocht er gewoon zijn. En precies daardoor verloor het zijn macht.
Ze kon daarbij voelen wat een ‘slappeling zijn’ haar ook kon brengen, welke kwaliteiten dat in zich heeft: niet hele tijd sterk moeten zijn geeft ademruimte, ze had het gevoel dat het menselijker aanvoelde, ze voelde zich milder naar zichzelf en anderen.
Alles mag er zijn
We keken daarna ook naar de andere kant: de kracht die ze ook in zich heeft. Dankzij ‘sterk zijn’ had ze haar studies afgerond, veel betekent voor haar omgeving, bergen verzet waar ze fier op was. Ook dát mocht er zijn. Beide kanten kregen hun plek.
Want we dragen alles in ons. Sterk en slap, zacht en hard, .. En uiteindelijk zijn het maar verhalen, woorden die we aan iets geven, het definieert ons niet. Wat overblijft als we dit alles loslaten, is de essentie, daar waar niks als sterk of slap benoemd wordt, dat wat gewoon IS.
De sleutel: voelen en er laten zijn.
Delen van onszelf die we (onbewust) niet willen zien – onze schaduw – drukken we vaak weg. We hopen dat ze verdwijnen, dat we ze nooit zullen zijn, maar precies daardoor blijven ze ons leven sturen. De bevrijding ligt niet in het wegmaken, maar in het erkennen. In voelen, toelaten, erbij blijven.
Pas als je bereid bent het te zien, het te zijn, kan de energie weer vrij stromen.
Een uitnodiging
Misschien heb jij ook zo’n eigenschap of gevoel dat je liever vermijdt. Iets waar je bang voor bent, of waarvan je hoopt dat je het nooit zult zijn. Dat laten bestaan is precies de poort naar bevrijding. Ik ga hier graag samen met jou mee op weg.
Welkom bij De Zijnspoort!
